|
|
|
|
| Wist u dat Nederlanders weer verder in het rood staan?
Wist u dat het BKR meer aanvragen krijgt?
Wist u dat meer dan de helft van alle zelfstandige ondernemers ooit met problematische schulden te maken krijgt?
Wist u dat de IB-groep steeds meer leningen verstrekt? |
| |
|
|
"Drie jaar geleden ging ik failliet. Schuldhulpverlening hielp me al mijn schulden te bundelen en regelde met mij een haalbaar afbetalings plan. Ik heb nog één jaar te gaan maar weet nu al dat ik er door kom. Voor nieuwe kleren en meubels kon ik terecht in een kringloopcentrum."
(Alain, 28) |
|
|
|
|
|
| |
|
Schuldhulpverlening komt voor in veel verschillende vormen. Op deze site wordt een aantal officiële instanties besproken waar je hulp zou kunnen zoeken. Het voordeel van aankloppen bij officiciële instanties is dat je zekerheid hebt dat je professioneel geholpen wordt, en dat er veelal gewerkt wordt met een gedragscode en klachtenrecht. Ook zul je niet hoeven te betalen voor deze schuldhulpverlening: dit is wettelijk verboden. Als je bij één van die officiële instanties aanklopt, zullen ze eerst allerlei informatie van je willen. Je krijgt een aanvraagformulier of een intakegesprek waar je veel vragen moet beantwoorden over je schuldensituatie.
Naar aanleiding van deze informatie zal de schuldhulpverlener proberen een oplossing te gaan vinden. De mogelijkheden voor schuldhulpverlening zijn afhankelijk van de situatie, de soort schulden, de woonplaats, de schuldhoogte en de schuldenaar zelf. De schuldhulpverlener kan bijvoorbeeld een schuldbemiddeling opzetten, budgetbegeleiding realiseren, en hij kan vaak ook een wettelijk traject in gang zetten wanneer een minnelijk traject niet te realiseren is.
Afhankelijk van de instantie waar je heen gaat zal ook aandacht worden besteed aan de oorzaken en de resultaten van je schulden op emotioneel gebied. Je kunt worden doorverwezen voor psychosociale hulpverlening en je kunt geholpen worden om in de toekomst te voorkomen dat je in de schulden komt.
Schuldhulpverleninginstanties in Nederland kampen vaak met grote drukte. Er zitten erg veel mensen in financiële problemen en zij willen allemaal direct of nog liever gisteren geholpen worden. Veel schuldhulpbureaus hebben niet de capaciteit om deze vraag naar hulp te verwerken. Vooral bij de gemeentelijke schuldhulpbureaus leidt dit soms tot lange wachtlijsten, soms tot een half jaar. Als er sprake is van een crisis, zoals huisuitzetting of afsluiting van energie, zal de schuldhulpverlener vaak wel op korte termijn een gesprek (crisisintake) hebben met de schuldenaar om te proberen direct in te grijpen. Wanneer je lang moet wachten op een intake, is het soms wel mogelijk alvast wat tips te krijgen om de tijd tot de intake te overbruggen.
|
| |
|
 |
|

|
|
|
| |
|
|
| Geschiedenis van de schuldhulpverlening |
|
Aan het eind van de jaren tachtig vroegen diverse instanties die bij schuldhulpverlening
betrokken zijn, zoals sociale diensten, kredietbanken en instellingen voor maatschappelijk
werk, meer aandacht voor de schuldenproblematiek. Het hebben van problematische
schulden werd niet langer als een incidenteel probleem beschouwd. Steeds meer gemeenten
en schuldhulpverlenende instellingen zochten daarom naar een structurelere aanpak. Daarbij kwamen tal van knelpunten naar voren. Komend vanuit verschillende tradities en culturen ondernamen allerlei organisaties pogingen tot samenwerking. Het succes was
wisselend en bleek niet altijd duurzaam.
Ook landelijk werd het probleem steeds serieuzer genomen. In 1992 werd de
Commissie Schuldenproblematiek - beter bekend als de commissie-Boorsma
ingesteld. Deze commissie moest gaan nadenken over een effectieve aanpak
van de schuldenproblematiek. Kort daarna werd het wetsvoorstel voor de Wet
schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) ingediend. In 1998 is de wet in
werking getreden. Als gemeenten of schuldregelende instanties er niet in
slagen de bemiddeling tussen schuldenaar en schuldeiser tot een goed einde te brengen, dan
kan de schuldenaar een beroep doen op de WSNP. Als de rechter oordeelt dat schuldeisers
geen goede redenen hebben om niet akkoord te gaan met een afbetalingsvoorstel, dan kan
hij hen dwingen tot een regeling.
Schulden waarbij gemeenten of daartoe bevoegde instanties bemiddelen, worden ‘in den
minne’ geschikt. We spreken daarom over het ‘minnelijke traject’. Het ‘wettelijke traject’ (via
de rechter) is bedoeld als stok achter de deur voor schuldeisers. Schuldeisers krijgen over
het algemeen minder van hun geld terug in het wettelijke traject dan in het minnelijke traject.
Ook voor schuldenaren is het minnelijke traject te prefereren, omdat gemeenten de
mogelijkheden hebben om de juiste hulpverlening in te zetten en zo ook de oorzaken van de problematiek aan te pakken. In het wettelijke traject wordt hier (nog) te weinig aandacht aan
geschonken.
Om een integrale aanpak te stimuleren, werd in 1994 het Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening
(LPISHV) opgericht. Dit gebeurde door de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet
(NVVK) op advies van de commissie-Boorsma. Leden van het platform zijn de NVVK2
(schuldregelende instanties), Divosa (sociale diensten), MOgroep (algemeen maatschappelijk
werk) en de VNG (gemeenten). Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)
is toehoorder en verstrekt projectsubsidies. Het LPISHV zorgt voor afstemming tussen de verschillende
organisaties die betrokken zijn bij de schuldhulpverlening en werkt aan verbetering
van de kwaliteit van de uitvoering. Het LPISHV zorgt voor een landelijk netwerk en voert
regie over een aantal gevarieerde deelprojecten. Zo wordt er gewerkt aan landelijke organisatiemodellen,
onderzoeken, methodiekontwikkeling, kwaliteitsbevordering, uitwisseling,
registratie, opleiding, studiedagen en congressen. Alle activiteiten zijn gericht op de integrale
werkwijze en een intensieve samenwerking van gemeenten, sociale diensten, kredietbanken
en het maatschappelijk werk. |
| |
| Het belang van integrale schuldhulpverlening |
|
In de afgelopen jaren is het aantal aanmeldingen voor schuldhulpverlening sterk toegenomen.
In 2003 en 2002 zagen we een stijging van ruim dertig procent ten opzichte van het jaar
daarvoor. In 2003 meldden 137.000 huishoudens zich aan voor schuldhulpverlening. Elke gemeente heeft burgers met problematische schulden en zal dus
middelen moeten vrijmaken voor goede schuldhulpverlening. De gemeente
heeft per slot van rekening een algemene zorgplicht voor al haar burgers.
Deze zorgplicht is vastgelegd in de Gemeentewet.
Gemeenten hebben naast een maatschappelijke en sociale verantwoordelijkheid
ook een financieel belang bij schuldhulpverlening. Goede schuldhulpverlening
levert namelijk ook besparingen op. Er wordt bijvoorbeeld geld
bespaard doordat het aantal huisuitzettingen afneemt. Als met schuldhulpverlening tien
huisuitzettingen worden voorkomen, dan wordt € 105.000 bespaard aan verlies aan
huurinkomsten, kosten van procedures, de feitelijke uitzetting en opslag van goederen.
Daarnaast verstrekt de sociale dienst vaak leenbijstand om huisuitzetting te voorkomen.
Deze leenbijstand is niet meer volledig inbaar als de ontvanger in een problematische chuldsituatie
terechtkomt. Ook herhuisvesting kost geld, waarvoor vaak leenbijstand wordt verstrekt,
die later niet meer volledig inbaar blijkt. Als de sociale dienst bij tien mensen als
gevolg van schuldhulpverlening wel de leenbijstand kan innen, dan levert dat een besparing
op van circa € 15.000 per jaar. |
| |
| Gemeenten en schuldhulpverlening |
|
| Wat is de rol van gemeenten bij schuldhulpverlening? Een traject voor minnelijke schuldhulpverlening wordt bepaald door de gemeente, waarbij verschillende lokale organisaties samenwerken zoals de sociale dienst, het maatschappelijk werk en de kredietbank.Gemeenten hebben duidelijk de regie in handen. Zij kunnen zelf prioriteiten stellen en kiezen hoe zij de schuldhulpverlening willen organiseren.
Wat is er geregeld voor de financiering van de schuldhulpverlening? Voor de financiering van de schuldhulpverlening kunnen gemeenten gebruik maken van het fictief budget bijzondere bijstand. Dit budget is onderdeel van het Gemeentefonds. Ook kunnen gemeenten eigen middelen inzetten. Financiering uit het werkdeel WWB is alleen mogelijk als de schuldhulpverlening wordt ingezet als reïntegratie. Het mag dan niet gaan om uitvoeringskosten en de werkzaamheden moeten uitgevoerd worden door derden. Gemeenten kunnen de schuldhulpverlening ook financieren uit een overschot op het inkomensdeel WWB.
Welke vormen van minnelijke schuldhulpverlening zijn er? Schuldbemiddeling
De schulden worden opgelost door te bemiddelen tussen de cliënt, de schuldeisers en anderen. Er wordt geen krediet verleend, de schuld wordt afgelost op basis van de aflossingscapaciteit van de cliënt.
Schuldsanering
De cliënt krijgt een krediet om zijn schulden af te lossen. Dit krediet moet in maximaal drie jaar worden afgelost. Budgetbegeleiding
De cliënt krijgt advies over zijn financiële situatie en wordt begeleid bij het aanleren van een nieuw uitgavenpatroon. Het doel is dat de cliënt uiteindelijk in staat is om zelfstandig en op verantwoorde wijze zijn financiën te beheren.
Budgetbeheer
Er wordt iemand (van de sociale dienst of kredietbank) aangesteld die het budget van de cliënt beheert. Deze beheerder ontvangt het inkomen en verzorgt de betalingen op zo'n manier dat de schulden worden afgelost en dat er geen nieuwe schulden ontstaan.
Waar kunnen gemeenten ondersteuning krijgen? Het Landelijk Platform Integrale Schuldhulpverlening kan gemeenten helpen bij de schuldhulpverlening. Het platform is een samenwerkingsverband van VNG, Divosa, de Nederlandse Vereniging Voor Volkskrediet en de MO-groep.
Het landelijk platform en Stimulansz ondersteunen gemeenten met de 'Handreiking integrale schuldhulpverlening'.
Hoe verder als het minnelijke traject mislukt?
Als een minnelijk traject mislukt wordt de zaak overgedragen aan de rechter. Het wordt dan een wettelijk traject. De gemeente moet dan wel eerst een zogenaamde Wsnp-verklaring afgeven. Wsnp staat voor de Wet schuldsanering natuurlijke personen. De rechter beslist of iemand tot de wettelijke regeling wordt toegelaten. Als dit het geval is, wordt er een saneringsplan opgesteld waarin de aflossing van de schulden wordt geregeld. Een cliënt kan daarna weer met een schone lei beginnen. |
| |
|
Schuldhulpverlening maakt deel uit van het gemeentelijk armoedebeleid. Het gemeentelijk
armoedebeleid is daarom kaderscheppend voor het schuldhulpverleningsbeleid.
Instrumenten die gemeenten kunnen inzetten ter voorkoming en bestrijding van armoede,
schulden en sociale uitsluiting zijn onder andere bijzondere bijstand, kortingspassen ter
bevordering van sociaal-culturele en sportieve activiteiten, collectieve ziektekostenverzekering,
kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen.
In het kader van de WWB zijn gemeenten verplicht een langdurigheidstoeslag te verstrekken
aan langdurige minima met een grote afstand tot de arbeidsmarkt.
Gemeenten ontvangen een fictief budget voor bijzondere bijstand. Dit budget is niet
geoormerkt en maakt deel uit van het gemeentefonds. |
| |
|
|
| Beleid schuldhulpverlening |
|
Gemeenten dienen het initiatief te nemen in het organiseren van de integrale schuldhulpverlening.
De centrale regelgeving vanuit het Rijk moet zo veel mogelijk beperkt blijven, zo vindt
het huidige kabinet. De gemeentelijke instanties, belast met de uitvoering van schuldhulpverlening,
moeten zelf hun regelgeving op dit terrein kunnen vaststellen. Het Rijk vervult hierbij
een faciliterende rol.
Gemeenten ontvangen geen geoormerkte middelen en er is geen
regelgeving voor de wijze waarop zij invulling moeten geven aan
integrale schuldhulpverlening. In de WWB is wel het een en ander
bepaald met betrekking tot een aantal specifieke onderdelen van
schuldhulpverlening, zoals verstrekking van bijstand in natura, verplicht
budgetbeheer en reïntegratie. In de Faillissementswet is
bepaald dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor het afgeven van
de 'WSNP-verklaring'. Op basis van deze verklaring bepaalt de
rechter of een schuldenaar in aanmerking komt voor een wettelijke
schuldsanering via de WSNP. Gemeenten moeten in de verklaring
kunnen laten zien dat zij zich optimaal hebben ingespannen om
tot een minnelijke regeling te komen. In de Wet Maatschappelijke
Ondersteuning krijgen gemeenten de verantwoordelijkheid over
wonen, zorg en welzijn voor sociaal- of fysiek zwakke groepen in
de samenleving.
Naast wettelijke beleidskaders bestaan er ook diverse modellen en
gedragscodes waaraan gemeenten zich kunnen committeren. Een
van de belangrijkste kaderscheppende bepalingen is ten slotte de algemene 'zorgplicht' die
gemeenten hebben voor al hun burgers. De gemeentelijke beleidsvrijheid is dus vrij groot. |
| |
|
|
| Schuldhulpverlening traject |
|
Welke mogelijkheden biedt de Schuldhulpverlening?
In principe kunnen problematische schulden op twee manieren worden aangepakt. Via een zogeheten minnelijk traject en een wettelijk traject. Pas wanneer het minnelijke traject niet lukt, wordt bekeken of het wettelijke traject kan worden gevolgd.
Wat is het minnelijk traject?
Bij een minnelijk traject probeert het bureau Schuldhulpverlening een aflossingsregeling te treffen met de schuldeisers. Daarvoor wordt een schuldhulpverleningsplan opgesteld.
Aan de hand van uw gegevens berekent bureau Schuldhulpverlening wat u kunt aflossen. Vervolgens bemiddelt het bureau tussen u en de schuldeisers. Het uitgangspunt hierbij is dat u uw schulden in 36 maanden terugbetaalt. De schuldeisers werken op vrijwillige basis mee aan de regeling. Het minnelijk traject kan alleen slagen als alle schuldeisers bereid zijn mee te werken aan een aflossingsregeling.
Wat is het wettelijk traject?
Het kan gebeuren dat een of meer schuldeisers niet aan de voorgestelde regeling willen meedoen. Dat betekent dat een minnelijk traject niet mogelijk is. In dat geval kunt u via de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP) toch proberen van de schulden af te komen. U moet daarvoor een verzoekschrift indienen bij de rechtbank. Bovendien heeft u een verklaring nodig van het Bureau Schuldhulpverlening waaruit blijkt dat een minnelijke schuldregeling niet mogelijk is.
Ook wanneer schuldbemiddeling elders is mislukt (bijvoorbeeld bij een particulier bureau) moet u voor een WSNP -verklaring bij de gemeente zijn. De medewerkers van het bureau Schuldhulpverlening kunnen u daarover meer vertellen.
Wat zijn de voorwaarden bij Schuldhulpverlening?
Wanneer u besluit in zee te gaan met het Bureau Schuldhulpverlening, dan heeft u een aantal verplichtingen. Zo moet u inzicht geven in de aard en omvang van uw schulden en mag u tijdens het traject van de schuldhulpverlening geen nieuwe schulden maken.
Om te voorkomen dat u in de toekomst opnieuw in de problemen raakt, bent u soms ook verplicht mee te doen aan een budgetcursus. Ook kan van u worden verlangd dat u het beheer van uw inkomen tijdens de duur van de regeling overdraagt aan het Bureau Schuldhulpverlening. U sluit met het Bureau Schuldhulpverlening een overeenkomst waarin uw rechten en plichten staan vermeld. Uiteraard gelden deze voorwaarden niet als u alleen voor informatie of een advies komt. |
| |
| Schuldenproblematiek en reïntegratie |
|
Bij reïntegratie moet in een zo vroeg mogelijk stadium aan de schuldenproblematiek worden
gewerkt. Als dat niet gebeurt, is de kans groot dat de reïntegratie niet slaagt. De schuldenproblematiek
kan het leven van de schuldenaar zo beheersen dat hij zich onvoldoende kan
concentreren op werk of het zoeken naar werk. Veel werkgevers zitten bovendien niet te
wachten op medewerkers met schulden. Door middel van schuldhulpverlening wordt de situatie
van de schuldenaar gestabiliseerd en krijgt hij de rust om zich op een betaalde baan en
andere zaken te kunnen richten.
Voor de schuldenaar is werk op de korte termijn vaak niet financieel aantrekkelijk. Het extra
inkomen en een eventuele uitstroompremie moeten worden gebruikt om de schulden af te
lossen. Meestal geldt ook dat het recht op inkomensafhankelijke bijdragen geheel of gedeeltelijk
vervalt, zoals de huursubsidie, kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en bijzondere
bijstand. Op langere termijn, na aflossing van de schulden, heeft betaald werk echter
wel een positief effect op het inkomen. Bovendien heeft werk ook andere voordelen, zoals
sociale contacten met collega's, dagritme en het gevoel dat aan een stabiele inkomenssituatie
wordt gewerkt. Schuldeisers zullen ten slotte sneller geneigd zijn akkoord te gaan met een
schuldregeling als zij zien dat de schuldenaar zich inspant om zijn inkomen te vergroten. |
| |
| Gedragscodes Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet |
|
De NVVK heeft twee gedragscodes ontwikkeld, die - indien de gemeente zich eraan committeert
- in belangrijke mate kaderscheppend zijn voor schuldhulpverlening. De gedragscodes
hebben betrekking op twee specifieke onderdelen van schuldhulpverlening, namelijk schuldregeling
en budgetbeheer. In de gedragscodes zijn de rechten en plichten van alle betrokkenen
vastgelegd. Bovendien is geregeld hoe moet worden gecommuniceerd met schuldeisers,
welke doorlooptijden gelden als norm en hoe het inkomen van de schuldenaar verdeeld
wordt over de verschillende schuldeisers.
Naast kredietbanken kunnen gemeentelijke en andere schuldregelende instanties lid worden
van de NVVK. Daarmee laten zij aan schuldeisers zien dat zij werken volgens de gedragscodes.
Schuldeisers zijn eerder geneigd te onderhandelen met NVVK-leden dan met nietleden. |
|
|
|
|
| |
|
Tip 1
Schrijf alle inkomsten en uitgaven op |
|
| |
|
Tip 2
Berg alle belangrijke papieren zorgvuldig op |
|
| |
|
Tip 3
Maak een maandbegroting en een jaarbegroting |
|
| |
|
Tip 4
Onderneem actie als u schulden hebt! |
|
| |
|
Tip 5
Praat over uw schuld problemen en vraag om advies. |
|
| |
|
 |
|
|
|
|